Column: macht en machteloosheid

Ik heb nooit heel goed begrepen waarom veel architecten en bouwkundigen verzuchten wanneer zij moeten nadenken over architectonische details. In details komen zoveel gedachten, dimensies en afwegingen bij elkaar waar wel uren over te filosoferen valt. Filosoferen over slimme technische oplossingen op detailniveau die tegelijkertijd de gedachte van een gebouw ademen. De details vormen daarmee het summum van de architectuur.

De zwaarmoedigheid die gepaard gaat met het ontwerpen van bouwknopen is wellicht terug te voeren naar de tragedie die erachter schuilgaat. Welke goddelijke pretenties er ook schuilgaan achter ontwerp, de tragiek wil dat de details in zichzelf altijd onbedoeld de aandacht op zich vestigen. In het beste geval liggen deze sporen van de maakbaarheid in het verlengde van de ontwerpgedachte. In het ergste geval kunnen details architectuur daardoor grondig verpesten. Vooral wanneer er te veel aan het toeval wordt overgelaten kunnen details hun eigen leven gaan leiden om zo als een ware dissonant het samenspel van het ontwerp te ondermijnen. Geen architectonische filosofie is in staat om slechte details te verhullen. Details verdienen dus aandacht.

Genoeg aandacht in het ontwerp voor bouwkundige details is echter onvoldoende. Naast de complexe technische puzzel zijn details het product van gevoelens, garanties, keurmerken en – niet onbelangrijk – het budget. Neem als voorbeeld een schuifpui in gedachte. Geen goddelijke gedachte, maar populair bij zowel architecten en opdrachtgevers zijn deze verkrijgbaar in vele soorten en maten. En daar begint de oefening in geduld. Hoe overtuig je je opdrachtgever van de juistheid van juist die ene schuifpui (en niet dat andere ding met lompe detaillering)?

Met één van mijn opdrachtgevers heb ik inmiddels bij talloze kozijnenboeren gezeten om de juiste schuifpui bij het ontwerp te kiezen. De specificaties bleken bijzonder: wanneer de stijl van een kozijn de hoogte van 2,6 meter hoogte overschreed, brak het angstzweet uit bij veel toeleveranciers. Bij andere leveranciers werden de profielen ongelofelijk dik dat dit het ontwerp verpestte en weer andere schuifpuien bleken simpelweg te prijzig te zijn. Ondertussen fronste de opdrachtgever bij mijn bezwaren. Wat maakte de dikte van de profielen nu uit? En wat is nu precies het probleem met die tussenkalf in het kozijn? En moest de schuifpui per se worden weggewerkt in de muur? Terwijl ik bij de zoveelste kozijnenboer was, bekroop mij even het gevoel van opgeven. Hoeveel van die lelijke showrooms met lelijke kozijnen moest ik nog binnenlopen? Mijn geduld werd beloond. Na lang speurwerk viel alles dan toch op zijn plek. De juiste schuifpui was gevonden.

Het schuifpuiendilemma staat niet op zichzelf. Vrijwel alle bijzondere details hebben een vergrote kans om het middelpunt te worden van discussie. En bij ieder detail moet je goed op de hoogte zijn van alles wat erbij speelt. Van de mechanica en bouwfysica tot de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Wat je als architect niet weet, werkt al gauw in je nadeel. Voor je het weet gaan Jan en alleman er vandoor met het keurige uitgedetailleerde ontwerp, om aan de finesse ervan voorbij te gaan. En meestal zonder goede reden. De macht die je als architect over het ontwerp hebt, zit in de brede technische kennis van het bouwen. Het strijdveld van een ontwerp bevindt zich in de details. Hoe groter de technische kennis is, hoe groter de greep op het ontwerpproces en het eindresultaat. Een architect die zijn ogen even toeknijpt, zal machteloos moeten toekijken.

Onverminderd groot is dan ook mijn waardering voor De Grote Bouwmeesters zoals Mies van der Rohe, Peter Zumthor, Carlo Scarpa of John Pawson. Niet alleen is hun architectuur op zichzelf lovenswaardig, maar ook de manier waarop ze het weten uit te voeren. En misschien wel vooral dat laatste. En dan ook te bedenken dat ze niet alleen bijzondere producten toepassen, maar ook nog eens hun eigen bouwdelen ontwerpen. Het is jammer dat de lofredes die vaak worden toegedicht door architectuurhistorici nauwelijks iets vermelden over de strubbelingen in het ontwerpproces. En vooral wat we als architectengemeenschap daarvan kunnen leren. Enige politieke handigheid in het overleg met opdrachtgever, adviseurs, aannemers, toeleveranciers en al wat er nog niet meer bij komt kijken kan hen niet ontzegd worden. Het lijkt wel alsof zij nimmer de macht over het bouwproces verliezen.

Afgezien van deze halfgoden in de architectuur zullen veel ontwerpbeslissingen een compromis zijn tussen verschillende afwegingen. Het is haast onmogelijk om controle te hebben over iedere schroef in het gebouw. Als architect kun je het je niet veroorloven het ontwerp eeuwen op de tekentafel te laten zwerven. Hij zal verstandig zijn inzet moeten afwegen; wat is de moeite waard, en wat niet. En wat mij betreft zit ook daarin grootse architectuur: ondanks de beperkte middelen toch exact de juiste afwegingen weten te maken. Schipperen tussen macht en machteloosheid. Architectuur is een weg met een lange adem, geduld en toewijding. De volgende keer dat een architectuurstudent zich verzucht op een bouwkundig detail kunnen we hem hoopvol meedelen dat het alleen maar erger wordt.

Dit artikel is gepubliceerd in de Chepos 47 (Februari 2014). Zie: http://issuu.com/chepos_cheops/docs/chepos_47

Artikel uit Chepos 47
Artikel uit Chepos 47